hello book work philosophy news days now nederlands


Maarten Biesheuvel : De schrijver is niet gek

De Volkskrant Magazine 30-9-18
NATHALIE HUIGSLOOT

Van Maarten Biesheuvel, de koning van het korte verhaal, verschijnt vandaag Verhalen uit het gekkenhuis. Op gesprek in inrichting Rivierduinen en thuis, in Sunny Home. Zijn vrouw Eva: Merkwaardig wat hij ondanks zijn ziekte heeft bereikt.’

Het is 22 mei 2018. Maarten Biesheuvel (79) zit op een bankje in een binnentuin met weinig groen en veel tegels. Al bijna een half jaar is hij nu opgenomen op de gesloten afdeling van de psychiatrische inrichting Rivierduinen in Leiden. Hij rookt een sigaar. Een meisje dat wat betreft kledij op het punt lijkt te staan om aan aerobics te gaan doen, zegt tegen Maarten: Eva gaat je pak repareren en dan brengt ze het vanmiddag mee.’ Het meisje vertelt dat Maarten het er de hele ochtend al over heeft dat de Volkskrant langskomt en dat hij een goede indruk wil maken. Wat zijn gekte betreft heeft Maarten Biesheuvel nooit de neiging gehad zich beter voor te doen dan hij is. Het feit dat hij zo openlijk voor zijn geestelijke problemen uit durft te komen, zorgde er jaren geleden al voor voor dat de columnist en dierbare vriendin Renate Rubinstein schreef: Biesheuvel heeft voor gekken gedaan wat Gerard Reve voor homo’s deed.’

Maar dat betekent niet dat hij er niet goed uit wil zien als de Volkskrant komt. Het pak dat Maartens vrouw Eva mee zal nemen, komt alleen te laat. Dus nu draagt Maarten een geleend kostuum van de inrichting, met scheuren op onhandige plekken.

Ik blijf zitten, anders zie je mijn billen bloot’, begroet hij zijn bezoek.

Renate Rubinstein schreef: Biesheuvel heeft voor gekken gedaan wat Gerard Reve voor homo’s deed’

Een vriendelijke vrouw komt erbij staan: Wat willen jullie drinken?’

Een glaasje water’, zegt huisvriend en uitgever Aart Hoekman, die al vaker bij Maarten op bezoek is geweest en die het hele gesprek enthousiast de ene na de andere sigaar met Maarten meerookt.

Een glaasje water, dat gaan we vinden’, zegt de vriendelijke vrouw. Ik ben vandaag jullie terrasbediende. En kijk uit voor je spullen, hè? Je weet hoe het hier is.’

Zowel het aerobicsmeisje als de vriendelijke vrouw blijken medepatiënten te zijn.

Biesheuvel klaagt nog altijd over zijn pak. Goedkoop is duurkoop’, zegt hij, en hij vraagt in één adem door: Parlez vous Français?’

Aart Hoekman zegt dat hij echt geen woord Frans spreekt. Een onverstaanbaar relaas in het Frans volgt. Hoekman zegt dat hij het graag bij het Nederlands houdt. Een onverstaanbaar relaas in het Nederlands volgt, met daarna een uitdagende blik, alsof Biesheuvel een reactie verwacht.

Eh… oké’, zeg ik.

Oké? Oké?! Wat nou oké?’, foetert Biesheuvel. Oké is een vreselijk woord. De een zegt tegen de ander: Ik heb een heel slechte dag, ik heb vanmorgen mijn vader en mijn moeder moeten begraven.’ Zegt de ander: Oké.’ Iedereen zegt het maar: oké, oké. Het gaat de hele wereld over. Ik hou niet van leenwoorden. Spreek je moerstaal.’

Het is 20 oktober 2017 en Maarten is hevig ontremd. Het gaat al langere tijd niet goed met hem. s Nachts is het echt crisis geweest en belt onder meer hijzelf de politie. Als Aart Hoekman de volgende dag langskomt om het over de samen te stellen bundel gekkenhuisverhalen’ te hebben, vraagt Eva hem of hij Maarten niet ook heel druk vindt. Maarten zelf ontkent dat steeds.’

Als Aart het beaamt, wordt Biesheuvel kwaad. Misschien omdat hij de bui al voelt hangen. Want druk = manisch = opgesloten worden = weg van Eva. Donder op, m’n huis uit!’, roept Maarten terwijl hij zijn vriend Hoekman en passant twee beuken op zijn bovenarmen geeft. Maar bij het tuinhekje aangekomen, zegt hij tegen hem: Kom maar weer binnen, hoor.’

Even later komt de crisisdienst langs die was ingeschakeld naar aanleiding van de nachtelijke crisis. Al snel valt het besluit dat gedwongen opname nu toch echt noodzakelijk is. Een uur later rijdt de ambulance voor die Maarten naar de gesloten inrichting moet vervoeren. Maarten zit ondertussen, ogenschijnlijk nietsvermoedend, met Aart op zijn kamertje, boven. Als ze hem daar komen halen zegt hij dat hij echt niet meegaat, hoor’. Na 20 minuten lukt het niettemin hem rustig mee naar beneden te krijgen. Maar in de tuin, op weg naar de ambulance, begint Maarten om zich heen te slaan.

In no time hebben de hulpdiensten hem ingesnoerd op de brancard. Hij is op slag rustig. Onderweg naar de gesloten inrichting vraagt hij of de sirene van de ambulance aan mag. Een paar minuten later slaapt hij.

Maarten Biesheuvel debuteert in 1972 met de verhalenbundel In de bovenkooi. Tientallen bundels met soms autobiografische, soms surrealistische, altijd geestige verhalen bezorgen hem de titel onbetwiste meester van het korte verhaal’. Voor zijn hele oeuvre ontvangt hij in 2007 de P.C. Hooft-prijs. De jury oordeelt dat zijn verhalen, die het autobiografische en het fantastische op een zo wonderbaarlijke manier met elkaar vermengen’, een unieke bijdrage hebben geleverd aan de Nederlandse literatuur.

Maar door zijn manisch-depressiviteit lukt het hem steeds minder om nieuwe verhalen te publiceren. Zijn creativiteit is door die ziekte afgenomen’, vertelt oud-psychiater Andy Lameijn, die Biesheuvel vijftien jaar behandelde en een innige vriendschap met hem onderhoudt. Het is natuurlijk zo dat een repeterende, ernstig manische psychose en vooral een steeds chronischer depressie sporen achterlaten, zelfs fysieke schade opleveren.’ Dat het schrijven niet meer lukt, vindt Lameijn heel verdrietig voor Maarten. Lameijn: De wereld kan bedreigend, absurd en zinsloos op Maarten overkomen. Met het schrijven kon hij al die angsten en akeligheden bezweren en dat gold ook voor zijn publieke optredens.’

Vandaag verschijnt van Maarten Biesheuvel een nieuwe bundel, Verhalen uit het gekkenhuis, met een inleiding van Eva. Achterin staat een uitgebreid interview met zijn oud-psychiater Lameijn. Die zegt: Je zag mensen wel eens zuchtend denken: daar heb je Biesheuvel weer, hoor, die wil weer in het middelpunt van de aandacht staan, koketteren met zijn gekkigheid. Maar daar gaat het helemaal niet om, het is voor hem de enige manier om grip op de situatie te krijgen. Er zit echt lijden achter. Hij zoekt dan zekerheid, bescherming. Het is een bezwering. En die bezwering is hij nu kwijt.’

Ik schrok de laatste keer dat ik hem zag’, zegt Lameijn zacht. Eva vroeg of ik een wandeling met Maarten wilde maken om zijn conditie op te vijzelen, hij is zo verzwakt door die opnamen. Voorheen maakte ik lange wandelingen met hem, maar nu moest hij na een half blokje al op een muurtje zitten omdat hij zo kortademig was. Andy, denk je dat ik doodga?’, vroeg hij. Ik zei: Dat weet ik niet. Je bent er wel heel slecht aan toe.’’

Terug naar de binnentuin van de instelling waar Biesheuvel verblijft.

Hij laat een luidruchtige boer. Excusez-moi.’ En nog een. Ineens begint hij hard te huilen. En stopt daar even abrupt weer mee.

De vriendelijke vrouw voegt zich erbij: Maarten, doe anders even tik tak, tik tak’.’

Uitgever en vriend Aart Hoekman: Zullen we niet eerst weer even wat praten?’

Biesheuvel: Nee nú. Tik tak, tik tak. Nu meteen.’ Even later klinkt uit een mobieltje een YouTube-opname van een grote, oude klok. Tik, tak. Tik, tak. Biesheuvel: Rust.’

Stilte.

Biesheuvel: Morgen ben ik jarig.’

Gaat u nog iets bijzonders doen met uw verjaardag?

Biesheuvel, ineens opvallend helder: Ik blijf gewoon hier. Ik mag van de dokter denk ik nog niet naar huis.’

Wordt het hier gevierd?

Nee. Niets hoor. Gewoon babbelen, met de mensen om me heen. Wat ze hier denken, zeggen ze. Ik hoor honderden, duizenden verhalen. Ieder mens heeft zijn eigen roman. Ze verdienen allemaal een roman, allemaal. Het is altijd hetzelfde: iedereen is eenzaam, debiel en alleen. Alleen en onbegrepen.’

U bent even opgenomen geweest, toen kort thuis geweest en daarna weer opgenomen, nu op een andere afdeling. Is het hier prettiger dan op de afdeling waar u hiervoor zat?

Biesheuvel: Ja. De mensen zijn hier jonger.’ Aan een jongen die erbij is komen staan om peuken uit de asbak van Maarten te vissen (‘Heeft opa er eentje weggegooid?’) vraagt hij: Hoe oud ben jij nou?’

Jongen: Ik ben 21. Ik heb heel wat mensen versleten, heel veel vaste klanten die echt van mij hielden zijn overleden.’

Biesheuvel: O, doodgegaan?’

Jongen: Nee, dood.’

Biesheuvel: Dood dood dood.’

Weer een stevige boer. En weer een goeddeels onnavolgbaar relaas. Tot het over zijn vriendschap met Maarten t Hart gaat, dan klinkt opeens duidelijk verstaanbaar: Helemaal kapot. Hij is bang voor me. Maarten en ik hebben zo veel samen gedaan. Nu is hij bang van me.’

Dan zingt hij Die beiden Grenadiere terwijl hij in zijn handen klapt. Gott erhalte Franz den Kaiser, Unsern guten Kaiser Franz.’

De uitgever staat op om nog wat sigaartjes te halen.

Biesheuvel: Weet jij veel van Goethe?’ Hij citeert allerlei strofen. Stopt ineens. Vraagt: Hoe gaat het verder?’

Dat weet ik niet.

Biesheuvel: Jij weet niet zo veel.’

Daarna dreunt hij in razend tempo het gedicht Spijt van Willem Elsschot op. Gij die later wordt geboren, wil naar wijze woorden horen. Pak die beide handen beet, dien het wijf dat moeder heet!’

Ineens is er een glinstering in zijn ogen, alsof hij op het punt staat een grap te gaan maken. Het blijkt een voorteken van een huilbui. Tranen biggelen over zijn wangen.

Eva, Eva, waar ben je?’, huilt hij.

Schrijven lukt niet, lezen evenminSchrijven lukt niet, lezen evenmin

Niet huilen’, zegt het aerobicsmeisje. Eva is er straks, nog anderhalf uur, nog 90 minuten. Kom, even je neus snuiten.’ Ze pakt een zakdoek en houdt hem bij zijn neus. Biesheuvel snuit zijn overvolle neus leeg. Ik word hier als een keizer behandeld’, zegt hij.

25 juli 2018. Als Eva Biesheuvel (79) naar de voordeur van hun groene houten huis Sunny Home’ schuifelt, stelt ze zich per ongeluk voor aan de buurvrouw die drie dagen in de week als betaalde kracht over de vloer komt om te helpen. Door de ziekte van Bechterew is Biesheuvels vrouw in een hoek van 90 graden gegroeid en aan de voeten kan ze niet altijd zien wie eraan vastzit.

In haar rode rok met bijpassende lippenstift gaat ze voor naar de tafel in het schattige hans-en-grietjehuisje waar ze allerhartelijkst de ene lekkernij na de andere aanbiedt.

Maarten is nog steeds opgenomen. Even is er geprobeerd hem in de middag steeds naar huis te laten gaan, maar dat werkte niet. Eva: Het gaat nog helemaal niet goed met hem en als hij elke dag thuis is, went hij te veel aan thuiszijn. Dan vindt hij het steeds moeilijker om terug te gaan en wordt hij juist steeds ongelukkiger. Het is wel jammer, want hij wordt zo ontzettend mager, hij eet daar namelijk vrijwel niet. Nu is hij weer terug op de afdeling voor ouderen, daar vindt hij het saai en stil. Er is wel een gemeenschappelijke woonkamer, maar daar staat de hele dag de televisie aan. Dus hij zit veel in het rookkamertje of in zijn eentje op het rookbalkon, alleen vindt hij het uitzicht daar zo lelijk.’

Wat doet hij als hij daar in zijn eentje zit?

Nadenken. Hij leest niet en schrijven lukt ook niet. Toen hij net was opgenomen op de eerste crisisafdeling mocht hij daar nog gebruik maken van hun telefoon, maar hij belde zo veel dat hij dat niet meer mag.’

Waar belt hij dan naartoe?

Nou, vooral naar huis. En naar de nummers die hij uit zijn hoofd kent. Toen hij in 1990 was opgenomen, vroeg hij aan Maarten t Hart allerlei telefoon-nummers en die ging hij vervolgens allemaal bellen.’

Hij vertelde dat hij Maarten t Hart niet meer ziet.

Dat klopt. Die vriendschap is afgelopen. Door een aanvaring tijdens een manische aanval is Maarten t Hart bang voor Maarten geworden. Zo spijtig. Ze waren heel lang goede vrienden.’

Hoe komt het dat het nu zo lang al niet goed met hem gaat?

De pillen die hij altijd slikte, werken niet meer. Hij heeft in al die jaren wel vaker een crisis gehad, maar meestal kon hij dan wel thuisblijven. Dus zo vaak is hij eigenlijk niet opgenomen geweest. Het is 52 jaar geleden dat hij voor het eerst werd opgenomen, in 1966, en later nog een keer.’ Ze laat een foto zien waarop Biesheuvel afscheid neemt door het raam van de dichte deur naar de gesloten afdeling. Kijk, hier staat Maarten het bezoek uit te zwaaien, wel een beetje dramatisch zo, hè?’

Kunt u nog normale gesprekken met hem voeren?

Nou, ik pas wel erg op met onderwerpen, dat begrijp je wel. Hij kan gauw boos worden. Ik vertel af en toe wel wat, maar verder luister ik vooral naar wat hij te vertellen heeft. Dat vind ik helemaal geen straf, integendeel, ik ben juist blij als hij zijn hart lucht. Alleen, als hij heel druk is en zijn stem bij het geringste verheft, weet je niet waar het eindigt. Dan zou hij spontaan weg kunnen lopen en onder een auto kunnen lopen. Niet eens als zelfmoord, maar gewoon, omdat hij niet uitkijkt. Dan is hij een gevaar voor zichzelf en voor anderen. Zo is hij eens boven uit het raam van zijn werkkamer gestapt. Niet omdat hij suïcidaal was, maar hij dacht ineens dat hij kon vliegen.’

Als u de verhalen leest die in het boek met gekkenhuisverhalen zijn opgenomen, wat treft u dan het meest?

Ik denk vaak: hoe is het toch mogelijk dat Maarten dat zo mooi kan zeggen in een paar zinnen? Of: wat heeft hij dat goed geobserveerd. En ook wel: wat kan hij eerlijk zijn ten opzichte van zichzelf. Eigenlijk is het merkwaardig wat Maarten ondanks zijn ziekte allemaal heeft bereikt. Naast het winnen van de P.C. Hooft-prijs is hij ereburger van Leiden geworden, Ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw, heeft hij in 1988 het boekenweekgeschenk mogen schrijven, er is een literaire prijs naar hem vernoemd. Het is toch bijzonder dat een psychiatrisch patiënt dat allemaal voor elkaar weet te krijgen. Daar verbaas ik me vaak over. De medaille van de vierdaagse heeft hij ook, haha.’

Wanneer merkte u voor het eerst dat er iets mis was met Maarten?

Dat was in 66, hij was toen onder andere hoofdredacteur van de studentenredactie van het Leidse universiteitsblad en kreeg steeds vaker ruzie met mensen. Hij begon ook gekke dingen te zeggen. Zo wilde hij mij offeren, uit liefde. Toen ik daar niet om zat te springen, wilde hij de poes gaan offeren. Uiteindelijk heb ik hem kunnen overtuigen dat het misschien beter was een brood te offeren. Dat heeft hij toen gedaan. Verder was hij niet bloeddorstig hoor, maar het was wel een beetje godsdienstwaanzin. Ik woonde toen in een huis met Rudi Fuchs. Hij woonde beneden, ik op de eerste verdieping. Rudi paste vaak op Maarten, want ik moest ook slapen. En Maarten kan echt heel moeilijk tegen alleen zijn. Ik had een goede baan bij de bibliotheek van de Rijksvoorlichtingsdienst, maar die heb ik daarom opgegeven. Mijn ziekte van Bechterew heb ik verwaarloosd. Van de verzekering kon ik zes weken per jaar naar een kuuroord, maar door de omstandigheden hier in huis kon dat natuurlijk niet. Dat is wel jammer, maar het is nu eenmaal zo.’

Ik las in een oud interview dat u een overontwikkeld moedergevoel zou hebben.

Haha, ja, natuurlijk omdat ik op een gegeven moment 22 poezen, een hond en een geit in huis had wonen. En Maarten, haha. Ja. Mijn moeder was ook heel zorgzaam. En mijn zusje zorgt ook erg goed voor haar grote kinderen en kleinkinderen. Mijn broer ook. Misschien is het een familietrekje.’

Droomde u er niet van om moeder te worden?

Nee, want toen Maarten voor de eerste keer opgenomen was geweest, zeiden de artsen dat er een kans van een op acht was dat onze kinderen ook manisch-depressief zouden worden. Toen dacht ik: als ze dan ook nog een vader hebben die het is… Maar eigenlijk ben ik wel dol op kinderen, ook op hun knuffels, daar zitten ook allemaal knuffels.’ Ze wijst naar wat pluchen beestjes op de bank. Die vindt Maarten dan weer op straat.’

Dat pluchen konijntje ziet er nog heel nieuw uit.

Ja, die heb ik gekocht bij het tankstation. Hij zat me zo lief aan te kijken. De pompbediende zei: O, gaat u hem echt kopen?’, volgens mij wilde die man hem ook niet kwijt.’ Liefdevolle blik naar het pluchen konijn: Zie hem daar toch lief zitten.’

Het fijnste aan weer thuis zijn: het eigen kamertjeHet fijnste aan weer thuis zijn: het eigen kamertje

Een week later.

Stapje voor stapje loopt Eva achter haar looprek door de tuin van het appartementengebouw waar kunsthistoricus en voormalig directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam Rudi Fuchs woont. Hun begroeting is een ingewikkelde schuifeldans: Fuchs die moeilijk kan bukken en Eva die moeilijk iets anders kan dan bukken, eindigend in een onhandige kus op Eva’s achterhoofd.

Maarten was altijd al luidruchtig’, vertelt Fuchs eenmaal gezeten op de bank, terwijl Eva meegebrachte lekkernijen uit haar tas tovert. Hij praatte veel en hard. Ik weet nog dat Maarten op een gegeven moment s ochtends vroeg bij mij kwam en zei: Kan ik hier even komen werken?’ Het was heel koud, we hadden geen verwarming, mijn adem bevroor. Maar Maarten had geen last van de kou. En toen heeft hij daar, terwijl ik onder mijn deken in bed lag, met een kroontjespen zijn eerste verhaaltje geschreven, over kabouter Gompeltje. Daarna heeft hij het aan mij voorgelezen, hij wilde weten wat ik ervan vond. Ik zei: geweldig, ga zo door. De kenmerkende elementen van zijn werk zaten er al in: die barokke fantasie, en ook een totaal bizar realisme, met wonderlijke wendingen. En ook wel een lichte neiging tot geschiftheid, zal ik maar zeggen. Dat was toen al.’

Eva: Maar toen was hij toen nog niet officieel gek verklaard. Dat speelde toen nog niet.’

Aan welke dingen merkten jullie dat hij op een gegeven moment wél officieel gek’ was?

Fuchs: Kijk, hij was mateloos. Hij lulde maar door. Dat werd op een gegeven moment erger, dan kwam hij in een soort verbeelding terecht. Dan dacht hij dat hij God was of dat zijn vriend Karel van het Reve God was.’

Was u erbij toen hij de eerste keer werd opgenomen?

Fuchs: Ja. Op een gegeven moment zei Eva: Dit wordt te gek, ik kan het niet meer aan.’ Maarten werd zo onrustig, kwaad en doldriest. Toen is hij bij mij op mijn kamer beneden komen liggen, op een matras. Daar heeft hij drie dagen gelegen. En ik ook. We hebben ons niet eens aangekleed. Hij heeft mij in die tijd uitgelegd hoe de wereld in elkaar zat. Op de een of andere manier kan ik goed luisteren, dus ik heb gewoon geluisterd. Tot het moment aanbrak dat hij zichzelf begon te verwonden. Hij ging met zijn hoofd tegen de muur slaan. Eva’s vader, een forse man, heeft Maarten toen naar het gesticht gebracht. Maarten wilde dat natuurlijk niet. Nee, nee, ik ben niet gek’, riep hij. Maar Eva’s vader heeft hem gewoon opgepakt en hem gevloerd. Weet je dat nog?’

Eva: Nee, dat weet ik niet meer. Maar mijn vader was altijd aan het boksen, dat is waar. Mijn vader heeft hem toen in zijn rode Volvo Amazone naar de psychiatrische inrichting Endegeest gereden. Daar hebben ze hem een half jaar gehouden.’

Fuchs: Ik ben hem ook wel gaan bezoeken toen hij daar zat. Die vriendschap is altijd gebleven. Maarten was daar ook trouwhartig in. Je kunt ontzettend met hem lachen. Dat hij kon schrijven is achteraf zijn redding geweest. Hij kon zijn gekte als het ware in zijn werk onderbrengen, en dan was hij niet gek, maar een bizarre schrijver, net als Tolstoj. Hoe dan ook: als schrijver is hij niet gek, als Maarten Biesheuvel wel. En om hem heen ontstond een netwerk van mensen die wisten hoe hij was: dat hij lastig kon zijn, maar daar in de eerste plaats toch vooral zelf last van had. Hij was niet iemand die je in de steek liet. Hij was ook ontzettend aardig. Toen mijn vrouw vier jaar geleden stierf, heeft hij staan huilen bij de crematie.’

Eva: Jullie liepen hand in hand naar de kist.’

Fuchs: Ja, dat was heel mooi.’ Tot Eva: Voelt hij zich alleen nu?’

Eva: Ja. Ja…’

Fuchs: Want hij heeft nooit alleen kunnen zijn, hij had altijd mensen om zich heen.’

September 2018, thuis bij Biesheuvels oud-uitgever Laurens van Krevelingen. Naast Rudi Fuchs behoorde ook Van Krevelen tot het literaire, kunstzinnige vriendengroepje van toen. Later was Van Krevelen jarenlang zijn uitgever, bij Meulenhoff. Als Maarten zin heeft om met iemand te praten, belt hij vrienden op. En ik ben een van de gelukkigen’, vertelt Van Krevelen. Maarten wilde eens een grote roman in drie delen gaan schrijven en vroeg daarvoor een contract. Die overeenkomst heb ik opgesteld, maar het manuscript is nooit gekomen. De spankracht die je voor een roman nodig hebt, had hij helaas niet. Dat hing samen met de toenemende hoeveelheid medicamenten die hij nodig had. Die vlakten zijn energie af en ook de literaire verbeelding. Maarten is vergiftigd door iets wat hem ook redt. Hij heeft ondanks dat veerkrachtige verhalen geschreven.’ Dat de ziekte Biesheuvel langzaam opeet is al erg genoeg, maar laat dat niet ook voor zijn reputatie als schrijver gelden, vindt Van Krevelen. Ik zou het tragisch vinden als hij de geschiedenis in gaat als die manisch-depressieve schrijver, want zijn literaire werk staat los van zijn persoonlijke probleem. Hij heeft een indrukwekkend oeuvre gecreëerd, het zou zonde zijn dat te verkleinen tot het persoonlijk drama.’

7 september 2018, Maarten Biesheuvel is weer thuis. Hij zit alleen in de woonkamer, Eva is zich boven mooi aan het maken voor de foto die vandaag genomen gaat worden. Een van de katten is ziek, er ligt overal steeds braaksel, pies en poep, ze weten alleen niet wie de patiënt is. De buurvrouw verdenkt de zwarte.

Maarten Biesheuvel stelt zich vriendelijk voor. Van onze eerdere ontmoeting kan hij zich niets meer herinneren. Hij rookt stevig, in zijn ene hand een sigaar, de andere hand trilt onophoudelijk. Hij is stilletjes. Als hij praat, klaren zijn ogen even op; zodra hij een punt heeft gezet achter zijn korte antwoorden, lijkt hij uit het gesprek te verdwijnen terwijl zijn hand nog harder gaat bibberen.

Eva wil hem voor de foto nog even scheren. Met het elektrische scheerapparaat wankelt ze naar hem toe en scheert hem, terwijl ze voortdurend lacht. Maarten laat het zich allemaal met een tevreden blik welgevallen.

Kunt u zich uw eerste ontmoeting nog herinneren?

Ja, dat was 4 augustus 1958, 10 voor half 3, in Schiedam.’

Was u meteen verliefd?

Ja.’

Waardoor?

Nou, Eva was rijzig, statig, lief, vurig en kordaat.’

Hoe voelt u zich nu?

Nou, ik heb geen ideeën meer voor een verhaal, dat vind ik zo vervelend.’

Wat is het fijnst aan weer thuis te zijn?

Mijn eigen kamertje!’

Wat doet u nu u weer terug bent?

Ik zit meestal hier.’

Kunt u zich nog wat herinneren van wat er allemaal is gebeurd?

In het gekkenhuis? Nee, hoor.’

Wat was voor u het vervelendst toen u daar zat?

Opgesloten zijn. Ik mocht er niet op uit.’

Verheugt u zich erop dat uw nieuwe boek uitkomt?

Zeker zeker, maar dat boek met gekkenhuisverhalen zijn verhalen die ik al héb. En ik wil zo graag iets nieuws schrijven. Een schrijver gaat nooit met pensioen.’

De fotograaf wil graag dat Maarten met Eva even op een andere bank gaat zitten. Daar is het licht beter.

Maarten: Die bank zit niet lekker.’

Fotograaf: We kunnen het ook anders doen…’

Maarten: Eva, zal ik naar boven gaan?’

Eva: Nee, we gaan door.’

Maarten: Nee.’

Eva: Jawel.’

Maarten: Ik ga naar boven, Eva.’

Eva: Nee. Even een foto van ons samen.’

Maarten: Nee, nee, nee.’

Eva: Nou, wat is dat nou? Het ging juist zo goed. Maarten, zeg dan even gedag.’

Maarten: Dag meisjes.’

Eva blijft ietwat bedremmeld achter.

Eva: Goh, wat spijt me dat nou. O, o, ik weet ook nog niet precies wat er kan en wat niet.’ Te horen is hoe Maarten boven in zijn kamertje lijkt te vallen, Sunny Home kraakt in ieder geval in zijn voegen. Gaat het Maarten?’, roept ze rustig door het plafond heen.

Dan is het tijd voor gevulde speculaas, want aan miezeren doet Eva Biesheuvel niet. Er wordt gewoon een nieuwe afspraak voor de fotografie gemaakt, dan gaat het vast wel lukken. Zonder hoop geen leven. Of zoals Eva in de inleiding van Verhalen uit het Gekkenhuis zegt: Hoe de toekomst eruitziet? Met een beetje moeite zou het best aardig kunnen worden.’

Verhalen uit het gekkenhuis’ (€ 19,90) van Maarten Biesheuvel verschijnt bij uitgeverij Brooklyn.

Foto’s : Stefanie Grätz


21-11-18 : Eva is dood. :crying_cat_face: RIP Wim Noordhoek shares some memories of her.](https://www.avondlog.nl/blog-item/memoriam-eva-biesheuvel-0)









2019 :
june | may-april | march | february | january

2018 :
december | november | october | september | august | july—may | april | march | february | january

2017 | 2016 | 2015—1995


twitter | contact | search | blot